Gevelsteen Dominee Van Dijk

In 1862 kwam Jan van Dijk (1830-1909) uit het Friese plaatsje Tzum naar Doetinchem. Hij was in Friesland actief als boer. Zijn geestelijk leven werd sterk beïnvloed door ds. Pieters, predikant van de afgescheiden kerk. Langzamerhand ontstond bij Jan van Dijk het verlangen predikant te worden. Op 21 mei 1862 werd hij toegelaten tot de evangeliebediening. Op 21 december 1862 werd hij verbonden aan de kleine Afgescheiden Gemeente te Doetinchem, die slechts 13 gezinnen telde.  

Die dertien gezinnen hadden wel een eenvoudig kerkje gebouwd bij de Heezenpoort. De nieuwe dominee miste de steun van een christelijke lagere school. Hij ging op pad in de Achterhoek om hiervoor geld bij elkaar te krijgen. Toen dat niet lukte, ging hij het hele land door om bij allerlei, vaak belangrijke, mensen om financiële steun te vragen. Met succes.


Op 3 juni 1864 werd de eerste steen gelegd en op 31 januari 1865 werd de eerste christelijke lagere school in de Achterhoek geopend.

In het eerste jaar waren er 75 leerlingen en reeds twee jaar na de opening moest het schoolgebouw worden uitgebreid om het snel groeiende aantal leerlingen te kunnen huisvesten. Christelijke lagere scholen in onder meer Zelhem en Halle volgden. Op 7 november 1883 werd besloten tot een nieuwe school aan het Hovenstraatje, die op 10 juli 1884 in gebruik werd genomen.

Op deze historische plek herinneren deze twee gevelstenen aan beide scholen.


In juli 1880 werd de eerste gelegd voor de bouw van de kapel “Predik het Evangelie” aan de Burgemeester Van Nispenstraat, die in 1881 in gebruik werd genomen.


Grondbezitter

Toen Van Dijk in Doetinchem kwam, zag hij dat de gemeente Doetinchem bezig was om met de grond van de stadswallen de gracht te dempen. Van Dijk had een goed zakelijk inzicht en voor 30 cent per vierkante meter werden Van Dijk en zijn gemeente eigenaar van het gebied aan de huidige Burgemeester Van Nispenstraat , waar ze later onder meer de kapel “Predik het evangelie” met pastorie (1880), het gymnasium (1879) en een jongensinternaat (voor leerlingen van de kweekschool voor onderwijzers) lieten bouwen.


Jongensstad

Dominee Van Dijk vond dat ook jongens van eenvoudige komaf een kans moesten hebben om dominee, leraar, arts of advocaat te worden. Hij liet ze naar Doetinchem komen waar ze ondergebracht werden in Ruimzicht (1885-1952), een huis met jongens-zelfbestuur.




Twee jongens hadden als directeur de leiding van deze jongensstad. Een ouder inwonend echtpaar zorgde voor de huishouding. Van Dijk had alles echter helemaal zelf onder controle. Wie niet gehoorzaamde, werd letterlijk de laan van Ruimzicht uitgestuurd. De jongens (Dijkianen genoemd) bezochten het gymnasium aan de Van Nispenstraat. Doetinchem was toen een stadje met maar 3500 inwoners. In het topjaar 1893 waren er 160 Dijkianen. Dit aantal paste niet eens in het inmiddels verbouwde Ruimzicht. Rond Doetinchem vinden we nu nog een aantal door ds. Van Dijk gestichte zondagschooltjes waar leerlingen van Ruimzicht les gaven.


Groen van Prinsterer

De heer Remmelink uit Steenderen gaf Van Dijk 20 000 gulden (toen een enorm kapitaal) om iets mee te doen waaraan de naam Groen van Prinsterer, een belangrijk christelijk politicus, zou worden verbonden. Het werd de Groen van Prinsterer kweekschool.


Buitengesloten

Dominee Van Dijk mocht dan wel zeer succesvol zijn. Hij hield zich niet aan de regels van de Christelijke Afgescheiden Kerk en werd in 1869 buitengesloten. Hij stichtte toen een nieuwe kerkelijke gemeenschap, de Nederlands Hervormde Zendingsgemeente die gebruikmaakte van de kapel aan de Van Nispenstraat. Op 15 januari 1909 overleed Van Dijk en werd begraven op het kerkhof aan de Loolaan. Ter nagedachtenis aan Ds. J. van Dijk is een imposant grafmonument op de begraafplaats te vinden.


Literatuur

A.K. Kisman en R. van Laar: Ds. van Dijkschool te Doetinchem 1865-1990
www.mijngelderland.nl/inhoud/canons/doetinchem/dominee-jan-van-dijk


De Historische Vereniging Deutekom heeft ter gelegenheid van haar 40 jarig bestaan, de herplaatsing van deze gevelstenen gerealiseerd in overleg met het Stadsmuseum en de  Baptisten Gemeente.

De officiële onthulling vond plaats op 25 november 2016 door de wethouder van Cultuur mevrouw

Maureen Sluiter.


Overige monumenten