Joods Monument

Vorm en materiaal
Het 'Joods monument' in Doetinchem is een plein met vier kastanjebomen en negen met graniet afgedekte plantgaten. Het plein heeft een verhoogde ligging en wordt omkaderd door een natuurstenen rand waarin een tekst is aangebracht. Deze tekst vermeldt de geschiedenis van de joodse medeburgers. Er wordt verwezen naar joodse Doetinchemmers die bijvoorbeeld een winkel hadden of een functie in het openbare leven vervulden. Ook wordt verwezen naar gebouwen die van belang waren voor de joodse gemeenschap, zoals de synagoge in de Waterstraat.

Symboliek
De Arnhemse ontwerper Wigger Bierma wilde een monument maken dat 'niet zozeer gekenmerkt wordt door een zwaarbeladen oorlogssymboliek, maar dat op heldere, aansprekende wijze de herinnering aan de verdwenen joodse gemeenschap levend houdt.' Het 'Joods monument' is verklarend van aard. De vier kastanjebomen symboliseren de ongeveer 56 Doetinchemse joden die de oorlog overleefden. De negen plantgaten staan voor de joodse medeburgers die niet meer terugkeerden. Ontwerper Bierma merkte op dat van elke dertien Doetinchemse joden er negen de oorlog niet overleefden. Die verhouding heeft hij verwerkt in het monument. Van de dertien plantgaten zijn er daarom negen afgedekt. 'Door de rol die de bomen spelen, gaat het monument uiteindelijk over groei, hoewel de dood van 124 Doetinchemse joden opgeroepen wordt, verwacht ik dat het monument levend zal zijn', aldus Bierma.


Bron: De Gelderlander van 24 en 25 april 2007.


In Doetinchem is voor de Tweede Wereldoorlog sprake van een bloeiende joodse gemeenschap. Vooral in de Boliestraat vond men joodse middenstanders.

Bekend zijn de modezaken van Jacobs, Slösser en Reichenberger-Themans en de grote meubelzaak van Mogendorff. De Van Perlsteins waren succesvolle zakenlieden en hun distilleerderij kreeg nationale bekendheid. Jacob Themans naar wie een straat vernoemd is, was gemeenteraadslid en wethouder voor de liberale partij. De bekende makelaardij van Heilbron dateert uit de dertiger jaren.


Leerlingenstaking

Over de lotgevallen van de Doetinchemse joodse burgers in de Tweede Wereldoorlog is veel onbekend doordat veel papieren verloren geraakt zijn. De eerste daad van verzet vindt plaats op het Gemeentelijk Lyceum. Als in 1940 ten gevolge van de verordening van de Duitsers, joodse hoogleraren en leraren geen lessen meer mogen geven, gaan de leerlingen in staking. In 1941 mogen joodse kinderen niet meer naar de lagere scholen. In Doetinchem en Winterswijk worden, met toestemming van de burgemeesters, streekscholen voor lager onderwijs voor joodse kinderen gestart. Tot februari 1943 wordt hier les gegeven.


Razzia's

In Doetinchem woonden op 1 oktober 1941 nog 170 joden. Op 8 oktober 1941 gaat een eenheid van de Ordnungspolizei, bijgestaan door een plaatselijke politieagent, er op uit om zestien joodse mannen te arresteren. Zes joodse mannen worden thuis aangetroffen en opgepakt. Zij worden gedeporteerd naar het beruchte kamp Mauthausen waar ze allemaal tussen 14 en 29 oktober 1941 omkomen. Zij zijn de eerste joodse slachtoffers uit Doetinchem. Er volgen nog verschillende razzia's. In de nacht van 17 op 18 november 1942 worden in Doetinchem e.o. 68 joden opgepakt en naar Westerbork overgebracht. Alfred de Wolff (26 jaar) weet bij Wezep uit de trein te springen en te ontsnappen. Alfred kwam heelhuids de oorlog door.


De Koef

Begin april 1943 ontvingen joodse families een brief met het verzoek om via de kortste route naar het kamp Vught te reizen. Veel Doetinchemse joden hadden de stad al verlaten. 10 april 1943 gingen de achtergebleven Doetinchemse joden met de trein naar Vught. Bij hen was ook de bekende leraar klassieke talen Jonas Efraïm Cauveren, bijgenaamd de Koef. Zij kwamen allen in vernietigingskampen om.


Inbeslagname

Ook in Doetinchem werden meerdere bedrijven door de bezetter in beslag genomen. Vlak nadat joodse families in april 1943 uit hun woningen zijn vertrokken, heeft Uitgeversmaatschappij Misset via een tussenpersoon diverse huizen opgekocht (12 woningen en de synagoge). De intentie van deze aankoop is onduidelijk. Na 1945 worden via de Raad voor Rechtsherstel sommige oorspronkelijke eigenaren of erfgenamen weer in hun rechten hersteld.


Monument en begraafplaats

Na de oorlog keerden 124 joodse Doetinchemmers niet meer terug. Het Joods monument in de Boliestraat moet de gedachte aan hen levend houden. Op een gedenkplaat in de aula van de joodse begraafplaats staan de namen van de in de oorlog omgekomen leden van de joodse gemeente. Over de stichting van dit kerkhof is weinig terug te vinden. De oudste steen dateert uit 1818. Een uitvoerige beschrijving van de begraafplaats vinden we in het boek Het oude volk van Hans Kooger. De begraafplaats is nu door een fraai hek omgrensd.


Literatuur
Het oude volk.

Kroniek van joods leven in de Achterhoek, Liemers en het grensgebied, Hans Kooger, 2001
Kronyck o.a. no. 76, 115 en 125

Bron: www.mijngelderland.nl

Overige monumenten